• Neurofeedback
  • Diagnostiek
  • Training

Neurofeedback

Hoe iemand informatie verwerkt, zich voelt en gedraagt wordt bepaald door factoren uit heden en verleden:
  • erfenis (het genen-pakket)
  • gebeurtenissen tijdens de levensloop
  • huidige leefomstandigheden


  • De informatie die gedurende ons leven verwerkt wordt, wordt opgeslagen o.a. in de zenuwcellen (neuronen) in de hersenen. Daarom hoeven we, normaliter, maar één keer te leren lopen, praten, en lezen. En onthouden we dat we bij het zien van een witte jas, een pijnlijke prik kunnen krijgen, en dat dat geen leuke ervaring was!

    De opmerking: “Het zit tussen de oren”, die figuurlijk bedoeld is, is dan ook letterlijk, correct.

    Psychologische processen (gedachten, gevoelens en gedrag) en neurofysiologische processen (activiteit van neuronen) beïnvloeden elkaar wederzijds. Neurofeedback is in veel gevallen effectief omdat het gebruik maakt van de dynamische vermogens van het brein om te leren. Cognitieve, emotionele, gedragsmatige en lichamelijke klachten zullen gaandeweg verminderen als het brein leert om andere activiteit te genereren. Is de cliënt voldoende gemotiveerd om zelf te willen veranderen, dan worden (meer) vorderingen gemaakt.


    fMRI-afbeelding van de hersenen. Gebieden die actief zijn tijdens hardop lezen lichten op.

    Wordt dyslexie met Neurofeedback behandeld dan worden vorderingen opgemerkt, en de hersenen worden verder getraind als iemand zelf vaker gaat lezen.

    Vanwege het theoretische karakter van deze materie, ga ik niet verder in op deze stof, maar wil het u graag uitleggen als u bij mij in de praktijk bent. Het voornaamste is: Neurofeedback is in veel gevallen effectief. Motivatie van de cliënt is echter van belang.

    Diagnostiek

    Voordat met Neurofeedback begonnen wordt, worden vragenlijsten afgenomen en neurofysiologisch onderzoek verricht. Komt hieruit naar voren dat er sprake is van afwijkende hersenactiviteit, passende bij de klachten van de cliënt, dan kan een Neurofeedbackbehandeling overwegen worden. (Zie ook de informatie van de intersector Neurofeedback van het NIP).


    Ruwe EEG-activiteit

    N.B. Zijn er emotionele, cognitieve en/of gedragsmatige klachten en er worden geen afwijkingen gevonden op het qEEG, dan is Neurofeedback geen goede behandelmethode. U kunt dan in mijn praktijk niet terecht voor Neurofeedback. Dit geldt ook voor Alzheimer en zware psychiatrie. Voor Alzheimer is geen genezing mogelijk, voor zware psychiatrie is nog erg weinig wetenschappelijk onderzoek verricht naar de werking van Neurofeedback.



    Thetamap uit qEEG.

    Deze persoon vertoont een met de database vergeleken significant verhoogde hoeveelheid theta in vooral het centrale gebied van de hersenen.

    Neurofeedbacktraining

    Door het instellen van drempels wordt bepaalde hersenactiviteit die in een te hoge hoeveelheid voorkomt, onderdrukt. Andere te weinig voorkomende activiteit kan gestimuleerd worden, afhankelijk van het behandelprotocol. In de loop van de tijd leren de hersenen om dit proces buiten de training te genereren waardoor mettertijd klachten verminderen, de cliënt zich bewuster wordt van zijn gedrag en dit (makkelijker) kan veranderen.

    Het is verstandig om de dag voor elke training het haar te wassen, en op de dag zelf geen haarlak of gel te gebruiken. Vanaf twee uur voor elke sessie kunt u beter niet roken, geen chocola (hagelslag) of coffeïne gebruiken omdat u dan beter kunt ontspannen.

    De cliënt krijgt achter beide oren een electrode, en één of twee op het hoofd. Voordat de electrode met gel wordt aangebracht, wordt de huid schoon gemaakt met alcohol. Het aanbrengen van de electrodes is niet pijnlijk.

    Afhankelijk van de gevonden afwijkingen in het qEEG wordt met de ogen open en/of dicht getraind. De hersenen worden in beide gevallen gestimuleerd door toontjes die de cliënt mogelijk niet op merkt maar voor de hersenen als een beloning gelden, waardoor ze leren de activiteit te veranderen.

    In de meeste gevallen worden na 5 of 6 sessies verbeteringen bemerkt door de cliënt en/of diens omgeving. Vaak merkt men al eerder iets. Soms verergeren klachten schijnbaar. Dit kan komen omdat de drempels anders ingesteld moeten worden of dat cliënten zich beter bewust worden van de problemen die al aanwezig waren. Doorgaan met de training is dan zinvol. Zijn er na 10 sessies geen fysiologische veranderingen en merken cliënt, omgeving en ik geen of slechts negatieve veranderingen, dan is Neurofeedback voor deze cliënt geen goede behandelmethode en stoppen we met deze behandelvorm.


    Voorbeeld van veranderingen in de hersenactiviteit bij ADD na Neurofeedback

      Lid KvK 08196284 0000